op de rand van de horizon

Dit verhaal gaat over het ‘kleine’ leven waarin we gevangen zitten en het ontdekken van een vrij Leven waarin we onze vrijheid niet meer hoeven te bevechten, maar in respect met elkaar kunnen leven. Over de illusie die we altijd al gevoeld hebben over onze wereld, maar het niet onder ogen konden of wilden zien. “Op de rand van de Horizon” gaat over het onderweg zijn naar het ZIJN en ZIEN, waardoor we uit dit ‘kleine’ leven kunnen ontsnappen en wereldburgers worden die doorgroeien van een IK naar een WIJ. Vanuit onze uniciteit bijdragen aan het creëren van de ‘nieuwe wereld’.

Verschijnt naar verwachting 2e helft 2020

Dit boek bestaat uit 2 verhaallijnen:

“Op de rand van de horizon”

Het eerste verhaal gaat over mijn zoektocht naar het ‘vrij zijn’. Vrij zijn zonder dat ik mijn vrijheid hoef te bevechten. ‘The Matrix’ gebruik ik als metafoor en hoe we gevangen zitten in een onzichtbare gevangenis, zonder dat we het in de gaten hebben. ‘The mainframe’ die allesbepalend ons aanstuurt. En toch merken we dat we op één of andere manier ontevreden, onvervuld blijven. Ons niet wezenlijk ontmoet voelen om onze potentie vrij in te zetten in de wereld in en om ons heen.

Quotes:

Volgens mij breekt er een andere, nieuwe tijd aan. Tijd is een wat ongelukkig woord voor een nieuw tijdperk in de fase van onze collectieve ontwikkeling. Om me heen merk ik steeds meer dat mensen een verlangen hebben, een verlangen naar verbinden. Dat we allemaal individuen zijn maar ook zoeken naar een samen in onze gedeelde kwaliteiten. Een “wij”.

Wat ik niet voor mogelijk hield is gebeurd en heeft mijn dagelijkse leven in korte tijd ingrijpend veranderd. De afgelopen 12 jaar woonde ik in Zutphen een prachtige oude Hanzestad aan de IJssel, waarvan de laatste 5 jaar in redelijke afzondering. Geleefd als een monnik, zonder relatie, weinig sociale contacten en een sober en ‘in stilte’ leven. Makkertje, mijn hond, bracht me nog enige structuur bij in het dagelijkse. Hij liet me 4 keer per dag uit.

Geen relatie en had daar ook geen behoefte aan. Ik had het goed met mezelf en afgezien van de lichamelijke en energetische geneugten die je samen kan beleven, was mijn leven vervuld. Maar dat zijn juist de ‘gevaarlijkste’ momenten. Ik had het idee dat een relatie mij van het Goddelijke pad zou brengen. Dat het me zou wegtrekken van het spirituele leven. Dat bleek anders….  Ik voelde me een roepende in de woestijn. Mijn diepste innerlijke verlangen naar verbinding en samensmelten werd gehoord? Ik was verrast dat er überhaupt iemand in die woestijn stond! Wie kon mijn roep horen en tegelijkertijd ook dat haar roep beantwoord werd? Wat een ontmoeting! En dat blijft het tot nu toe, elke keer als we elkaar zien.

Geen woning en mijn minimale spullen staan opgeslagen in een opslagruimte. Een briefadres om de officiele post te ontvangen, mijn zorgverzekering af te dekken en mijn “ingezetenenschap” in Nederland te bekrachtigen. That’s all. Toen ik uit mijn appartement ging heb ik alle grote spullen kunnen overdoen aan de volgende bewoners. De spullen die ik in de loop van de jaren om me heen had verzameld doorliepen een ballotage die geen ruimte meer boden voor grijs. Zwart/wit was het credo! Doen of niet doen, that’s the question.

Achter de schermen wordt al onze persoonlijke data aan elkaar gekoppeld om zo het net rondom ons heen te sluiten waardoor we geen kant meer op kunnen. Het systeem bepaald wat onze “vrijheden” zijn. De ‘gatekeepers’ werken hard om ons binnen de ‘lijntjes’ te laten kleuren en daar doen ze allemaal hun uiterste best voor. Gesteund door een waterdichte regelgeving hebben ze een belangrijk gereedschap tot hun beschikking. Regelgeving die bepaald of we wel of niet ‘bestaan’. Zonder inschrijving, papieren, paspoort, DigiD, BSN bestaan we niet. Zonder die registraties hebben we geen toegang tot de ‘candy’ van onze maatschappij.

Mijn appartement was er niet meer, mijn spullen waren opgeborgen in de opslag. Mijn hernieuwde startpunt van mijn “Nederlandleven”. Ben benieuwd. Diepkloof was al een soort preview op wat me te wachten stond, geen eigen plek en minimale eigendommen om me heen. Gebruikmakend van wat er is, improviserend leven noem ik het. Dichtbij het Leven, zonder vooraf te weten en te bepalen, maar op het moment.

“Voorbij de rand van de horizon” ( Ultima thule )

Het tweede verhaal gaat overCeres’, een samenleving waar vrij zijn in authenticiteit het hoogste goed is. ‘Ceres’, een community waar iedereen, in verbinding met ‘de Bron’ van het bestaan, leeft. Waar “ik” ten dienste van “wij” staat en maakt dat eigenheid en het collectief elkaar versterken. Waar  natuurwetten de basis vormen voor een zeer hoogstaande culturele en sociale maatschappij waarin harmonie en diversiteit samenkomen in respect en compassie. De hoofdpersoon wordt onverwachts wakker in deze voor hem nieuwe wereld. Hij ontdekt gaandeweg zijn verblijf dat hij in zijn diepste wezen wordt meegenomen. Maar dat hem nog een weg wacht voordat hij kan aansluiten bij deze gemeenschap, die steeds meer de zijne wordt.

Quotes:

Ze vertelden me dat ik op een dag wakker werd. Dat mijn ogen bevangen waren door heftige existensiële angsten. Angsten die niet te overbruggen waren door welke verhalen dan ook. Geen enkele informatie bleek die gerustelling te kunnen brengen die ze hadden gehoopt. Ik wist me niets meer te herinneren van die momenten. Mijn hoofd tolde, alles wat ik zag was niet wat het was. Elke grond van het bekende was verdwenen, niet aanwezig, alsof het nooit bestaan had. Alles om mij heen leek op wat ik kende, maar was niet hetgeen ik waarnam.

Mijn ervaringen deden me smelten in mijn ‘arrogante’ houding als mens dat wij boven aan de keten staan. Het dwong me om nederig mijn ware plek in te nemen zonder verlies van mijn geaardheid en waardigheid. Te ervaren dat ik een onderdeel ben van de kring van het bestaan. Alles wat leeft lijkt met elkaar te kunnen verbinden als diversiteit ten volle wordt aanvaard. Als we onszelf maar zichtbaar willen maken en openen voor het andere.

Heel langzaam opende ik mijn ogen en zag een naam verschijnen op de open plek op de obelisk…  Mijn hart bonsde in mijn lijf… Vanuit het niets werden de inscripties zichtbaar, alsof het opdoemde vanuit de harde steen. Ik las… gouden tekens zoals die ook op de poort en op de koepel van de Gouden tempel waren opgetekend. Tekens die ik nu wel kon ontcijferen en die mij een naam lieten ‘zien’…..

De duisternis van de slaap begon op te lossen. Sliep ik? Ik kon zien met gesloten ogen en zag Anantin in haar bed liggen, haar haar was in een staart, ze sliep. Ze was tevreden, haar ademhaling was rustig en gelijkmatig. Ik voelde haar innerlijke glimlach, haar Liefde. Ze droeg een negligé die haar naakte lichaam liet doorschijnen. Haar rondingen waren van een sensuele schoonheid die haar vrouwelijke gratie nog meer benadrukte. Ze deed haar ogen open en zonder mij te zien lachte ze mij toe. Anantin opende daarmee de corridor die het mogelijk maakte dat we vanuit ons beider kwintessens elkaar tegemoet konden treden.

We werden aan alle kanten gedragen, gesteund in onze ervaringen en in de bewegingen die we naar elkaar aan het maken waren. We legden onze gewaden naast het bed en gingen in het midden van het bed, tegenover elkaar zitten. Ik voelde een lichte aarzeling om naar haar bekoorlijke naakte lichaam te kijken. Haar halflange haar accentueerde haar gezicht en nek. Haar ogen waren zacht en tegelijkertijd volledig aanwezig. Ze liet zich zien zoals ze was, zonder terughouding. Schouders, haar tepels, prachtige volle borsten met aan de onderkant de zachte onberispelijke rondingen.

Anantin’s ja was vrij en het enige antwoord was dat ik me liet meevoeren door haar vrouwelijkheid. Ik legde mijn linkerhand tussen haar borsten op de plek van haar hart. Anantin volgde mij en legde háár linkerhand op mijn borst. We keken elkaar in de ogen en onze blikken gleden verder dan dat we konden kijken.

Nu was het moment aangebroken dat Anantin en ik ons moesten verlaten op ons gezamenlijke fundament. Vertrouwen op wat we tot nu met elkaar hadden verbonden in al onze “lichamen”. Nu was het moment aangebroken om dit als waar aan te nemen en ernaar te handelen, ook al begaven we ons in de onzichtbare werelden. Stappen te zetten welke van ons gevraagd werden vanuit een dieper “Goddelijk weten” om te groeien in ons gezamenlijk priesterschap.


coverillustratie: Karin Hoogesteger “Hohai”